Paardrijden

 

Het paardrijdprogramma bestaat uit het poetsen en opzadelen van de paarden, het opstijgen en het rijden zelf.

Poetsen
Het poetsen van het paard doet de ruiter zoveel mogelijk zelf. Wel blijft de vrijwilliger in de buurt voor de veiligheid. Daarnaast helpt hij of zij waar nodig met poetsen en met hoeven uitkrabben. Ook controleert de vrijwilliger of het paard na de poetsbeurt schoon genoeg is.

Opzadelen
Bij het opzadelen is meestal wel wat hulp van de vrijwilligers nodig. De instructeurs helpen ook mee, je kunt altijd met vragen bij hen terecht. Sommige ruiters rijden met aangepaste zadels en teugels. Hierover wordt aan het begin van de kampweken uitleg gegeven door de instructeurs.

Opstijgen
Sommige ruiters stijgen in de bak op. Andere ruiters gebruiken een opstapperron of de tillift. De ruiters stijgen altijd op onder begeleiding van de instructeurs.

Het rijden
Sommige ruiters rijden helemaal zelfstandig. Zij maken buitenritten onder begeleiding van een instructeur van de manege en een instructeur van de kampen. Tijdens deze ritten wordt meestal gestapt, gedraafd en gegaloppeerd. Als vrijwilliger hoef je deze deelnemers tijdens de rit niet te begeleiden.
De meeste deelnemers rijden echter met begeleiding. De vrijwilligers lopen met de ritten mee en houden het paard vast en geven zo nodig ondersteuning aan de ruiter. Tijdens deze ritten wordt gestapt en vaak ook gedraafd. Deze ritten worden begeleid door een instructeur van de kampen.

paarden paarden in het veld 1